Zin in Soest - blogs

Brief aan Paulus

Een brief! Soms overkomt het me. Als ik ’s middags de post van de vloer in de hal raap. Meestal zijn het drukwerken, mailingen, tijdschriften. Heel zelden zit er een persoonlijke brief tussen. Elkaar mailen en bellen gaat veel vlugger en is veel directer dan schrijven. Maar een mailtje per computer is ook veel vluchtiger. Echt er voor gaan zitten en nog een brief schrijven – wie doet dat nog?

Paulus deed dat wel. Hij had ook geen andere middelen ter beschikking. De enige manier om met elkaar contact te houden was het schrijven van een brief. Dat is een kunst op zich. De brieven van Paulus zijn soms behoorlijk lang. Hij had dus veel te zeggen. In ieder geval naar zijn eigen mening. Een mening die door velen gedeeld werd en wordt. Welke brieven immers is het beschoren opgenomen te worden in een zo belangrijk boek als de Bijbel? Zou Paulus ooit vermoed hebben dat zijn brieven 2000 jaar later nog gelezen, gespeld zouden worden? Dat mensen zich na zo'n lange tijd nog zouden opwinden over de vraag wat hij precies bedoelde? Dat naar aanleiding van zijn brie¬ven eeuwen¬lang gewichtig gediscussieerd zou worden over zijn `leer'?

Paulus volgens Rmbrandt van Rijn
Paulus volgens Rembrandt van Rijn
Ik denk dat Paulus, als hij zich dat bewust zou zijn geweest, anders, meer algemeen geschreven zou hebben. Immers, een belangrijk kenmerk van zijn brieven is dat ze in bepaalde situaties met bepaalde bedoelingen geschreven zijn. Hij schreef de meeste brieven aan gemeentes die door zijn verkondiging tot stand gekomen zijn. Aan mensen die pas christen geworden zijn. Je kunt je voor¬stellen dat die mensen vol vragen zitten. Paulus heeft ze veel verteld. Maar hoe meer je er mee bezig bent, hoe meer vragen je krijgt. Wat betekent dat geloof in Jezus Christus voor het leven van elke dag? Hoe kun je omgaan met allerlei heidense gewoontes uit de omgeving waarin je leeft? Bovendien zijn er heel veel andere soorten godsdienst. Kun je daar als christen wat mee? Of moet je daar niets mee te maken willen hebben? Soms schreven mensen van zo'n gemeente een brief aan Paulus. Ergens schrijft Paulus: 'En nu wat betreft de punten waarover jullie mij geschreven hebben'. Zijn brief is een antwoordbrief. Maar niet alleen dat. Kennelijk heeft de brenger van de brief aan Paulus verteld hoe het toeging in de gemeente van Korinthe. Met die verhalen is Paulus niet op alle punten even blij. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om zijn zegje daarover te zeggen.
In Korinthe woont Paulus bij Priscilla en haar man Aquila, een joods echtpaar. Zij waren uit Italië gevlucht omdat Keizer Claudius had bevolen dat alle joden Rome moesten verlaten net als Paulus zijn ze leerbewerkers en tentenmakers. In mijn verbeelding reageert Priscilla op de brief van Paulus aan de gemeente in Korinthe:

Lieve Paul,
Het spijt me dat je zo lang niet van Aquila en mij gehoord hebt, maar we hebben het erg druk gehad in de zaak. We hebben een order voor drie nieuwe fami¬lietenten en de reparaties gaan ook gewoon door aan het begin van het seizoen.

Bovendien had ik eerlijk gezegd nogal wat moeite met sommige stukken uit je laatste brief. Er staan schit¬terende dingen in, echt waar, maar soms sla je ineens door naar gezeur. Sorry, maar ik kan niets anders zeggen. Dan schrijf je bijvoorbeeld dat mannen geen lang haar mogen dragen en vrouwen geen kort haar! Dat maken we toevallig zelf wel uit.

Of nog erger, je schrijft dat 'de vrouw moet zwijgen in de gemeente'. Toen ik dat voorlas keek Aquila me plagerig aan met een gezicht van nou-hoor-je-het-ook-¬eens-van-een-ander. 'Trek het je niet aan', zei hij. 'Zo zit die man nu eenmaal in elkaar.' Verder is hij nog steeds erg op je gesteld, hoor, en ik houd ook heus van je. Juist daarom zit het mij niet lekker wat je geschreven hebt. Je moet niet vergeten dat je brieven hier gelezen worden alsof ze in de bijbel zelf staan Ze zijn in staat om op één zo' n zin hele theorieën te bouwen over de Vrouw in het Ambt en zo. Je kunt schrijven wat je wilt, ik ben dit keer zo vrij om mij niets van je aan te trekken en dat heb je aan jezelf te danken, want jij spreekt jezelf tegen.

Ik weet het nog zo goed, de eerste keer dat ik je zag. Het was bij ons achter in de zaak met een handjevol mensen. Ik zal het nooit vergeten. Je had het erover dat het sinds Jezus niet meer uit¬maakt of je nu baas of werknemer, jood of niet-jood, man of vrouw bent. In God en voor God zijn we alle¬maal gelijk. Waar of niet? Dat heb je letterlijk gezegd. Dat sloeg toen in als een bom. Rijke piefen en hoge heren voelden zich er ongemakkelijk bij en vrome Schriftgeleerden waren helemaal verontwaardigd. Maar voor mij was het een openbaring, een steekvlam. Ik ben maar gewoon de vrouw van een eenvoudige mid¬denstander. Ik ken mijn plaats, ik moet op mijn woor¬den passen en tegenover klanten altijd beleefd blijven. Ik wil je onthouden zoals ik je heb leren kennen, als een hartstochtelijk, warmbloedig mens.

Want je kan nog zulke moeilijke dingen schrijven, je kan nog zo knap preken, als je geen liefde hebt, klink je als koperen toeters en bellen.

Je kan nog zo indrukwekkend vroom en profetisch zijn, je kan het nog zo mooi zeggen, zonder liefde ben je nergens. Liefde geeft vertrouwen, liefde is eerlijk, liefde geeft je onderdak, liefde is aardig. Ik weet dat je dat weet, want ik heb het van jou. Schrijf daar dan over en niet over al die andere dingen.

Veel liefs, ook van Aquila
Priscilla

‘Waar het op aankomt’

Er zijn steeds meer mensen die de kerkdienst een saaie en weinig inspirerende bijeenkomst vinden waar weinig geestdrift te vinden is. De kerk worstelt met haar identiteit. Het lijkt er in het algemeen op dat ondanks alle inspanningen, zowel landelijk als plaatselijk, in het algemeen de veranderingen nog niet de vernieuwing hebben gebracht waarop veel mensen hadden gehoopt. Wat is er aan de hand met de identiteit van de kerk? Volgens velen is er ondanks evangelicale oplevingen sprake van verstarring en van wat wordt genoemd het ‘rondpompen’ van leden. De kerk is voor velen blijkbaar nog steeds te log. Er is veel aandacht voor structuren en procedures, maar wordt de kerk daar meer missionair of diaconaal van? De gerichtheid naar binnen krijgt veel aandacht, maar hoe zit het met de gerichtheid naar buiten? De vervreemding tussen kerk en samenleving lijkt steeds groter te worden.

Er zijn allerlei mensen die me willen laten geloven dat die vervreemding tussen kerk en samenleving onoplosbaar is, dat de verschillen tussen de geloofsculturen onoverbrugbaar zijn en dat jongeren het wel hebben gehad met de kerk.

Ik wil er niet aan, want ontmoeting, verbinding, gerechtigheid, duurzaamheid en leefbaarheid zijn hoogst actuele waarden en liggen heel dicht bij de kernwaarden van de kerk. In veel gevallen haken de mensen niet zelf af, maar is het eerder de kerk die zich vervreemd heeft van wat er leeft. Kerkleden zullen dan ook kritisch moeten kijken naar zichzelf. Durven kerken onze tijd en onze cultuur open tegemoet te treden. Steeds meer weken en weekenden worden door de kerkgangers in een andere omgeving doorgebracht. Daardoor verliest het kerkelijk leven aan continuïteit. De zondagse diensten kennen een steeds kleiner en sterk wisselend publiek. Durven kerkleden realistisch onder ogen te zien hoezeer ze zelf deel zijn geworden van alle snelle veranderingen. De betrokkenheid van 30-45 jarigen loopt enorm terug. Wanneer hun kinderen afscheid nemen van de kindernevendienst wordt er meer en meer ook door ouders afscheid genomen van de kerk. Durven leden van de kerk open te zijn naar zichzelf, zodat ze niet verkrampen in angst en onzekerheid, niet behoudzuchtig worden, niet wegvluchten voor moeilijke vragen en geen genoegen nemen met oppervlakkige antwoorden. Durven ze open te zijn naar elkaar, ook in het gesprek met jongeren? Laten we maar eens met en minder over hen praten. Jongeren vormen niet alleen de kerk van de toekomst, zoals zo vaak wordt gezegd, maar zijn ook de leden van de kerk van nu.

Op welke manier kan er een frisse wind gaan waaien in de kerk? Waar komt het op aan? De grote vraag is volgens mij: durven we de wegen van de geloofstraditie open te houden en open te zijn naar de Ander: wandelen met de Eeuwige? Ruimte laten voor het geheim, voor de kracht van de Geest, voor aan- en tegenspraak vanuit de Schriften? Ik denk dat het hier op aankomt.

Gerrit Olsman

"Stairway to heaven"

Stairway to Heaven is een nummer van de Britse rockband Led Zeppelin. Het werd in 1971 uitgebracht op het album Led Zeppelin IV. Het nummer is geschreven door gitarist Jimmy Page en zanger Robert Plant. Het wordt geregeld genoemd als het beste rocknummer uit de 20e eeuw. Het nummer is een vaak aangehaald voorbeeld van het genre progressieve rock en wordt vaak op de radio aangevraagd. Tevens is het een veelgehoord nummer op begrafenissen.

Stairway tot heavenHet lied is in drie delen te verdelen. Het begint met een langzaam gedeelte. Geleidelijk komt er meer tempo in het lied. Het middenstuk wordt gespeeld op een pianet, een soort elektrische piano met metalen tongetjes in plaats van snaren. Ook komt het slagwerk er nu bij. In het laatste deel, dat met een gitaarsolo begint, klinkt er een elektrische gitaar en verandert de stijl in hardrock.

In januari 1982 werd in een programma van Trinity Broadcasting Network voor het eerst gesuggereerd dat de tekst van Stairway to Heaven een door middel van backmasking verstopte verheerlijking van Satan zou bevatten. Het ging om het middengedeelte, dat begint met "If there's a bustle in your hedgerow, don't be alarmed now [...]". Van achteren naar voren gespeeld zou dit onder andere "I sing because I live with Satan" opleveren. De band zelf verwierp deze beweringen ten stelligste.

Robert Plant, de man die het lied schreef, heeft ooit gezegd dat hij, afhankelijk van de dag en het weer, het nummer anders interpreteerde. Een eenduidig antwoord op de vraag waar dit 8 minuten durende nummer over gaat is er dus niet, zeker ook omdat de tekst vrij cryptisch is. Wanneer er gezongen wordt over een vrouw die enkel leeft om geld te verdienen, en zo ook hoopt haar plaats in de hemel te kunnen kopen, doet dat denken aan Lucas 18, waar Jezus vertelt hoe moeilijk het voor rijken is om in de hemel te komen.

“There’s a feeling I get, when I look to the west, and my spirit is crying for leaving”, in het derde couplet, is een duidelijke verwijzing naar de dood. De in volgende coupletten voorkomende `piper´ doet denken aan de bazuinen die zullen klinken bij het Laatste Oordeel. “Then the piper will lead us to reason, and a new day will dawn”, verwijst naar het laatste oordeel.

De tekst is dus voor meer dan één uitleg vatbaar. Wat blijft is een zeer bijzonder nummer. De muzikale opbouw van het nummer is erg goed. Het is één van die nummers die het zelfs zonder vocalen goed zou doen.

Ga er maar eens goed voor zitten Stairway to heaven van Led Zeppelin (youtube.com) U verlaat zininsoest.nl

"Kwetsbaarheid"

"Fragile" is een nummer van de Engelse muzikant Sting. Deze Britse zanger/bassist was van 1977 tot 1986 frontman van The Police. De naam Sting (in het Nederlands 'prik' of 'angel') kreeg Gordon Sumner (echte naam) op school. ‘Fragile’ verscheen in 1987 als albumnummer op ‘Nothing Like the Sun’. Sting schreef het nummer naar aanleiding van de moord op Ben Linder, die vrijwilligerswerk verrichtte in Nicaragua en daar door de Contra's om het leven werd gebracht. Het is een nummer over geweld en de kwetsbaarheid van het leven in het licht van terrorisme, pistolen en kogels. We zijn kwetsbare wezens, aldus Sting. De betekenis van het nummer staat voor hem echter niet vast. Zo vertelde hij in 1994 in een interview dat hij bij het zingen van "Fragile" dacht aan Bosnië en Joegoslavië. De populariteit van het nummer nam toe na de aanslagen op 11 september 2001. Hij bracht het ook ten gehore tijdens het benefietconcert ‘America: A Tribute to Heroes’. Tijdens een optreden naar aanleiding van de olieramp in de Golf van Mexico droeg hij "Fragile" op aan de slachtoffers van die ramp en uitte hij zijn zorgen over de kwetsbaarheid van het ecosysteem.

Sting valt in dit lied meteen met de deur in huis: “If blood will flow when flesh and steel are one, drying in the color of the evening sun. Tomorrow's rain will wash the stains away, but something in our minds will always stay. Geweld heeft geen zin: “That nothing comes from violence and nothing ever could”.

De zanger roept op om het leven te koesteren. “Lest we forget how fragile we are”. Laten we niet vergeten hoe kwetsbaar we zijn. Juist met die kwetsbaarheid worden we nu tijdens deze Coronacrisis geconfronteerd. Dat is heftig en moeilijk te accepteren. Sting zingt: “On and on the rain will fall, like tears from a star, on and on the rain will say, How fragile we are”. Door en door zal de regen vallen, als tranen van een ster, door en door zal de regen zeggen, hoe kwetsbaar we zijn hoe kwetsbaar we zijn. ‘Fragile’ doet me denken aan een gedicht van theoloog en publicist Okke Jager (1928-1992):

Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens

Verraadt ons aller angst zich niet
in wie het leven weerloos liet?

De glasglans stemt de blazer mild.
De kaarsvlam vormt de hand tot schild.

De krokus wijst beton zijn grens.
Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.

Vroeg of laat ontdek je in het leven dat het aan ons mensen kleeft: kwetsbaarheid. We zijn niet alleen sterfelijke wezens, ook tijdens ons leven ervaren we dat het niet maakbaar is.

In tijden van crisis is de vraag of we onze prioriteiten opnieuw kunnen leren stellen. Of we onze drijfveren tegen het licht willen houden. Zodat we tot het inzicht komen wat wel en wat niet in onze handen ligt.

In deze Coronatijd worden veel zekerheden ons uit handen geslagen. Er komt kwetsbaarheid naar boven die er allang was. We hadden er misschien minder weet van of durfden het niet onder ogen te zien. Want, je wil het liefst de dingen kunnen controleren en oplossen. Niets moeilijker dan kwetsbaar te zijn, maar wat ons kwetsbaar maakt is kostbaar. Wie zich bewust is van die kwetsbaarheid, gaat er voorzichtiger mee om en herontdekt hoe bijzonder ons leven en dat van anderen is.

Luister naar Fragile van Sting (youtube.com) U verlaat zininsoest.nl

"Denk niet wit, denk niet zwart, maar in de kleur van je hart"

Frank Boeijen schreef het lied Zwart Wit naar aanleiding van de moord op de 15-jarige Kerwin Duinmeijer in 1983. Toen hij het nummer net had uitgebracht werd hem door de politie verteld dat de dader hem vanuit de gevangenis had bedreigd. Hij moest met beveiliging optreden. In een interview in 2017 zegt Boeijen: "Ik vind het ontzettend jammer dat het nummer nu nog actueler is dan toen. Het lijkt alsof het nu gewoon is om mensen buiten te sluiten, om ze te ontmenselijken, om ze te generaliseren." Boeijen hoopte dat meer artiesten zich zouden uitspreken: "Ik hoop dat ze er iets mee doen en dat er weer meer politiek bewustzijn komt. Dat moet natuurlijk ieder voor zich uitmaken, maar op een gegeven moment vind ik wel dat je je voor je eigen geweten uit moet spreken - ook al word je aan alle kanten bedreigd.” Vorig jaar vertelde de zanger dat zijn klassieker Zwart Wit eigenlijk een nieuwe versie verdient: “Het zou mooi zijn om dat nummer weer opnieuw uit te brengen”, aldus Frank, die al had nagedacht over hoe de remake eruit moet komen te zien. “Het refrein, de moraal van het verhaal, blijft hetzelfde. Maar nieuwe coupletten.”

Black Live Matter Hoe actueel het lied van Frank Boeijen is wordt ons deze dagen pijnlijk duidelijk. De afschuwelijk beelden van de martelgang van de zwarte Amerikaan George Floyd, in een straat van Minneapolis onder de knie van een blanke politieagent, heeft de wereld in beweging gebracht. In het besef dat het hier niet om een geïsoleerde gebeurtenis gaat. In vele steden en staten van het machtigste land ter wereld zijn politiekorpsen door het virus van het racisme geïnfecteerd. Je kunt natuurlijk altijd je ogen voor deze werkelijkheid sluiten, of de vreedzame en massale demonstraties overdag met de nachtelijke rellen en plunderingen associëren, om het protest in diskrediet te brengen. Maar dat kan niet als je de president van de Verenigde Staten bent. Als staatshoofd moet je naar de dichtstbijzijnde camera’s en ¬microfoons rennen om in een ¬lange toespraak aan de natie je ¬medeleven te tonen, begrip voor de emoties te uiten. Je moet het land bij elkaar houden en je volk, in het -bijzonder de zwarte gemeenschap, ¬troosten. Maar het woord empathie heeft Donald Trump blijkbaar niet bij geboorte meegekregen.

Mensen zijn woest. Gouverneur Cuomo van New York noemde de namen van zes gekleurde Amerikanen die de afgelopen decennia door politiegeweld stierven. Met pijnlijk gemak maakte hij even later de lijst nog langer, want racistisch geweld lijkt in sommige politiekorpsen een kwestie van genen.

Op 28 augustus 1963 organiseerde Martin Luther King de mars naar Washington (March on Washington for Jobs and Freedom). Een betoging om op te komen voor de rechten van de Afro-Amerikaanse burgers. Na de mars gaf Martin Luther King in de National Mall zijn beroemde toespraak “I Have a Dream”.

We zijn bijna 60 jaar verder en de dood van George Floyd heeft opnieuw beschamend zichtbaar gemaakt hoe diep racisme is geworteld in de westerse wereld. Niet alleen in de VS, maar ook hier in Nederland zal het gesprek over dit gevoelige thema gevoerd moeten worden.

We kunnen ons niet domweg onderdompelen in een geruststellend zwijgen, we dragen de verantwoordelijkheid om ook de pijnlijke realiteit, die achter het racisme in onze eigen samenleving schuilgaat, onder ogen te zien. De mars van Martin Luther King is bij lange na niet voltooid. En Frank Boeijen zal "Denk niet wit, denk niet zwart, maar in de kleur van je hart" moeten blijven zingen.

Luister naar Zwart Wit van Frank Boeijen (youtube.com) U verlaat zininsoest.nl

Zou ik niet van harte zingen.....

Het goede nieuws was onlangs dat er weer kerkdiensten met bezoekers gehouden kunnen worden. Het slechte nieuws........ er mag op anderhalve meter niet gezongen worden. In elk geval nog niet. Ondertussen zoeken zangliefhebbers naar mogelijkheden, naar ruimte in de regelgeving. Kan het ook niet als alle bezoekers een mondkapje dragen? We kunnen toch wel zingen in de open lucht? Een klein koortje op afstand kan toch wel?

Orgelpijpen Veel mensen kunnen zich moeilijk neer leggen bij het voorschrift om vooralsnog niet te zingen in de vieringen. Zingen is een heel belangrijk onderdeel van de viering. We zouden zo graag van harte zingen. Toch is en blijft het dringende advies om het niet te doen. Het RIVM heeft het vermoeden dat zingen een grote bron van besmetting is. Of dit echt zo is, wordt op dit moment uitgezocht. Fysicus Ivo Bouwmans van de TU Delft is naast onderzoeker geen onbekende in de muziekwereld: in zijn vrije tijd zingt hij zelf ook en dirigeert hij bij een aantal koren. "Bij zingen gebruik je je stem anders dan wanneer je praat", zegt hij. Het verschil zit 'm onder andere in de manier van ademhalen, vertelt Bouwmans. "Je haalt dieper adem en gebruikt je longen op een andere manier. Daardoor komen er diep vanuit de longen kleine druppeltjes omhoog: aerosolen. Je kunt wat dat betreft zingen vergelijken met hoesten." Als je het coronavirus bij je draagt, zit dat ook op de kleine druppeltjes uit je longen. Die vallen niet op de grond, maar verplaatsen zich door de lucht. Maar of aerosolen ook bijdragen aan de verspreiding en in welke mate, dat is nog niet helemaal duidelijk. "Het zou een verklaring kunnen zijn voor de snelle overdracht binnen verschillende koren, maar zeker weten doen we dat nog niet", aldus Bouwmans. Met de kennis van nu lijkt het er op dat via zang (ook van slechts enkele zangers) en het bespelen van blaasinstrumenten het virus zich ver kan verspreiden. Het is aan de kerkenraad welke beslissing er wordt genomen. Een recente besmetting in Duitsland - daar werd ook gezongen en na afloop geluncht met elkaar - onderstreept die terughoudendheid. Zolang niet duidelijk is hoe het precies zit, is het goed het zekere voor het onzekere te nemen.

Gemeentezang is een essentieel deel van een viering. Met ons zingen ervaren we onderlinge verbondenheid en worden we boven onszelf uitgetild. We kunnen onze emoties al zingend uiten en we worden er door geraakt. Het niet samen kunnen zingen is een groot gemis.

Aan de andere kant is goed te zeggen dat ons vieren niet staat of valt met gemeentezang en dat er andere mogelijkheden zijn om de gemeente bij een viering te betrekken. Ik noem er een aantal. Er zijn prachtige opnames van liederen beschikbaar die kunnen klinken. Maar ook stilte kan een drager zijn van een wereld van geluiden, emoties, lofzang, meditatie en verbondenheid. Misschien kunnen we de stilte als liturgisch element herontdekken. Als we weer samen in kleine kring vieren kan de gemeente zelf ook sprekend deelnemen in responsies, gebeden en gedichten. Liedteksten kunnen worden uitgesproken. Een mooi alternatief is dat de organist het lied inzet met een voorspel, de gemeente laten spreken en afsluit met een naspel. Een solist of een klein zanggroepje (als daar na onderzoek meer duidelijkheid over is) kan namens de gemeente zingen. Ook muzikale vertolkingen van liederen hebben een eigen, meditatieve werking. Tenslotte: Een gemeentelid vertelt in een vooraf opgenomen filmpje of live in de dienst iets over een lied dat voor hem of haar van betekenis is. Daarna kan het lied worden beluisterd via een opname.

Paul Gerhardt dichtte (In lied 903 van het Liedboek vertaald door Ad den Besten): ‘Zou ik niet van harte zingen, Hem die zozeer mij verblijdt?’ Als je deze woorden laat bezinken in de huidige tijd krijgen ze een bijzondere kleur. Ik laat mij deze weken vooral inspireren door de slotregel: “Alle dingen hebben tijd, maar Gods liefde eeuwigheid.”

ds. Gerrit Olsman

‘Love Shine a Light’

Op 16 mei, de datum waarop de finale van het songfestival zou worden gehouden, organiseerde de EBU een alternatieve tv-uitzending: Eurovision: Europe Shine a Light. In deze uitzending kreeg het lied ‘Love Shine a Light’ in het bijzonder aandacht. Het nummer komt van de Britse band Katrina & the Waves uit 1997. Het lied is gecomponeerd door de gitarist en vaste songwriter van de groep, Kimberley Rew, op verzoek van de broer van de drummer van de groep, Alex Cooper, om een lied voor de ‘The Samaritans’ te schrijven. ‘The Samaritans’ is een organisatie die in het hele Verenigd Koninkrijk en Ierland, vaak via hun telefonische hulplijn, emotionele steun wil bieden aan iedereen die in emotionele nood verkeert, worstelt om haar of zijn levensproblemen het hoofd te bieden of het risico loopt op zelfmoord. Hoewel de naam is afgeleid van de Bijbelse gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, is het een seculiere organisatie. De beweging groeide snel en nu zijn er 201 vestigingen in het Verenigd Koninkrijk en Ierland die velen helpen.

In deze onzekere tijd kampen veel mensen met angst, somberte en stress. Dat geldt voor mensen met én zonder voorgeschiedenis van psychische klachten. Iedereen kan zich momenteel mentaal kwetsbaarder voelen dan normaal. Bij mentale kwetsbaarheid of psychische klachten is er niet een ander soort aandacht en zorg nodig dan anders. Het uiten van boosheid, angst of somberheid kan het hart lucht geven. En oprechte aandacht doet ieder mens goed. Zo kan het mensen helpen een buffer te vormen tegen al te ernstige klachten.

Ieder van ons is vatbaar voor mentale klachten. Dat geldt helemaal in deze crisistijd. Voor deze kwetsbaarheid hoeven we ons niet te schamen: die maakt ons tot mensen van vlees en bloed. Ook voor iemand zonder voorgeschiedenis met psychische klachten kan de stress te hoog worden. Mensen hebben dierbaren verloren door corona, zijn zelf ziek of ziek geweest, of kunnen hun naaste in het verpleeghuis niet bezoeken. Ook leven mensen in onzekerheid over hun bedrijf, baan, inkomen of studie. Wellicht werken zij in een risicovol beroep, of hebben ze te maken met spanning, conflict of geweld in de thuissituatie. Kortom, er wordt momenteel veel van eenieder van ons gevraagd. Daarom:

Love shine a light, in every corner of the world
Let the love light carry, let the love light carry
Light up the magic, for every boy and girl
Let our love shine a light, in every corner of the world

Het Rotterdams Filharmonisch Orkest werd na de uitzending overspoeld met lovende reacties op hun uitvoering van ‘Love shine a light’ tijdens de tv-uitzending van het Eurovisie Songfestival. Voor wie nog eens wil genieten: Shine A Light by the Rotterdam Philharmonic (youtube.com) U verlaat zininsoest.nl

Even onder een boom staan.

Er was eens een man, die van zijn schaduw verlost wilde worden. Wat hij ook probeerde, het lukte hem natuurlijk niet. Hij rolde over de grond, sprong in het water, probeerde over zijn schaduw te springen. Alles helaas en uiteraard tevergeefs.

Toen een wijs mens deze merkwaardige wens ter ore kwam, zei hij: De oplossing is eigenlijk heel simpel. Hij hoeft alleen maar in de schaduw van een boom te gaan staan. Het valt niet mee, om van de schaduw die je achtervolgt, de last van de levenservaring die je met je meedraagt, los te komen. De herinnering aan bepaalde levenservaringen of gebeurtenissen kan het adrenaline gehalte in je bloed razendsnel omhoog jagen. Diepe wonden, pijnlijke momenten, gekwetste gevoelens. Geen wonder dat mensen dan verlangen om onder een boom te gaan staan. Rust. Stilte.

Soms toef je even in het geheim wanneer je naast het bed staat waarin je kind ligt te slapen. Het is hoorbaar stil buiten. Je hoort alleen het zachte ademen van je kind. Het kan gebeuren terwijl je een lange wandeling maakt in een teken dat jij alleen verstaat: het uitzicht op een stil heideveld, reeën die water staan te drinken bij een vennetje of het ruisen van de zee. Het gebeurt soms op een middag terwijl je spinazie schoonspoelt in de voorjaarszon of terwijl je fietst door de bossen. Je kunt schuilen onder een boom wanneer je in moeilijke tijden voor het raam staat in de nacht, en één enkele ster je licht en vertrouwen geeft om niet meer wanhopig te zijn. Het vlies dat je zorgvuldig over je ziel had gespannen, scheurt – en de vloed is niet meer te stuiten. Je kunt weer stromen – het zingt weer van binnen. Ook als alles mis is, in tijden van ziekte, verdriet en verlies, kan een mens thuiskomen. Soms moet je door alle bodems heen zakken om te voelen dat je gedragen wordt, dat je geborgen bent in het geheim van het leven, van de Eeuwige.

Je kunt pas echt als mens leven als je weet dat je gedra¬gen wordt en als er perspectief, uitzicht, is. Als je weet waar je van¬daan komt en waar je naar toe gaat. Als je weet onder welke boom je kunt schuilen. Dan kunnen we onze wegen gaan op hoop van zegen: Gezegend, met Gods adem, het ritme van het leven. Gezegend, als Gods licht je verrast. Gezegend, als je op weg gaat naar je bestemming. Dat is een geheim. En geheimen kun je niet uitleggen, geheimen moet je leven.

‘When I find myself in times of trouble……………Let is be’.

Let It Be is één van de bekendste popsongs van de The Beatles. Het nummer werd geschreven door Paul McCartney, in 1970 uitgebracht op single en verscheen in datzelfde jaar op het laatste album van The Beatles, Let It Be.

Over Paul McCartney wordt verteld dat dromen een belangrijke rol in zijn muzikale leven hebben gespeeld. Het nummer ‘Yesterday’ zou zijn geschreven nadat hij op een ochtend wakker werd met de complete melodie in zijn hoofd. Ook ‘Let it be’ zou in een onrustige slaap, terwijl hij droomde over zijn moeder, zijn ontstaan. ‘When I find myself in times of trouble, Mother Mary comes to me. Speaking words of wisdom: Let is be’. Jaren lang is deze verschijning uitgelegd als de maagd Maria, de moeder van Jezus. Maar het ging daadwerkelijk om zijn moeder Mary Mohin, die was overleden aan borstkanker toen Paul pas 14 jaar oud was. McCartney zegt in zijn biografie van Barry Miles: ‘Ik droomde dat ik mijn moeder zag, die al zo’n 10 jaar dood was. Het was fantastisch om haar te zien, want dat is zo geweldig aan dromen: voor even ben je echt weer samen met die persoon; daar zijn ze en het lijkt alsof jullie allebei fysiek weer samen zijn. Het was zo wonderbaarlijk voor mij en ze was heel erg geruststellend. In de droom zei ze: ‘Het komt allemaal goed’. Ik weet niet zeker of ze de woorden ‘Let it be’ gebruikte, maar dat was wel de kern van haar advies’. Paul leerde met het verlies van zijn moeder om te gaan door zich helemaal te gooien op het leren gitaarspelen. Dat zou ook de basis vormen voor zijn vriendschap met John Lennon, die zijn eigen moeder amper twee jaar later zou verliezen bij een verkeersongeluk. Dat werd een grote verbindende factor tussen beiden.

Ik vind ‘Let it be’ een hoopgevend nummer. Of het nu “Mother Mary” of de Eeuwige is, het laat zien dat je ook in de moeilijkste tijden gezien wordt. Er is altijd iemand om naar je om te zien, je te steunen en gerust te stellen: “There will be an answer, let it be.” Oftewel: alles komt goed, als je er maar in gelooft.

In het derde couplet klinkt:
“And when the night is cloudy,
There is still a light that shines on me,
Shine on until tomorrow, let it be.
I wake up to the sound of music
Mother Mary comes to me
Speaking words of wisdom, let it be.”

Zelfs in de donkerste nacht, waarin alle licht door wolken verduisterd wordt, is er altijd nog een licht te vinden. Het licht zal altijd de duisternis overwinnen. Ook na de donkerste nacht zal uiteindelijk de zon weer opgaan en zal er een nieuwe dag aanbreken. Na zo’n donkere nacht, worden we weer wakker en klinkt er muziek: Let it be.

Luister naar: 'Let it be ’ (youtube.com) U verlaat zininsoest.nl

Kom vanavond met verhalen

Van Leo Vroman is de beroemde dichtregel:
‘Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen’

Op 4 mei vertellen we verhalen. Deze avond herdenken we. Herdenken moet je doen door verhalen te vertellen. Verhalen over de oorlog. Over wat er gebeurd is, over de moed van sommigen, over het heldendom dat niet altijd verstandig is, over de mensen die gestorven zijn voor de goede zaak. Verhalen, verhalen en verhalen. Waardoor het lijden van toen het leven van nu wat zinvoller kan laten lijken.

In het boek ‘Mama, het is oorlog!’ van Cecile Oranje, vertelt Thea: ‘Mijn ouders hadden het Duits-Joodse gezin Bernstein bij zich laten onderduiken. Ons gezin werd verraden door een Nederlandse vrouw. Mijn vader werd, één dag voor de landing van de geallieerden in Normandië opgepakt en overgebracht naar kamp Vught. Hij was onderwijzer en was zo uit zijn les gehaald en gearresteerd. Als extra straf haalden de Duitsers ons hele huis leeg. Mijn moeder, net zwanger van mij, bleef met twee kleine kinderen achter. Ze mocht alleen het hoogstnoodzakelijke houden. Ze heeft het toch maar klaargespeeld, op haar eigen kalme en rustige manier.

Kamp Vught werd in september 1944 ontruimd toen de geallieerden oprukten. De gevangen van Kamp Vught werden allemaal naar kampen in de buurt van Berlijn gebracht: de vrouwen naar Ravensbrüch en de mannen naar Sachsenhausen. Mijn vader is daar ziek geworden en later in Bergen-Belsen gestorven. De mensen gingen er dood als ratten door tyfus en dysenterie.

Voor ons huis getuigt sinds enige jaren een ‘Stolperstein’ van de arrestatie en moord op mijn vader. De Stolpersteine zijn het project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Een Stolperstein is een kubusvormige betonnen blokje, met bovenop een messingplaatje met de tekst: ‘Hier woonde…., geboren….. gedeporteerd…… vermoord. Demnig plaatste de stenen tussen de klinkers en tegels van trottoirs voor het huis van slachtoffers van het nazi-regime: Joden, Sinti en Roma, Jehova’s getuigen, homosexuelen en politieke gevangenen. Hij begon in Keulen in januari 1995 met plaatsen van deze gedenkstenen. Inmiddels liggen de steentjes in 1.265 Duitse gemeenten en in 21 verschillende Europese landen. Nederlandse gemeenten houden online bij waar en hoeveel steentjes er liggen. De Stolperstein is een figuurlijke struikelsteen: wie struikelt, kijkt naar het plaveisel en leest de tekst’.

Iedere Stolperstein vertelt een verhaal. Ze ontroeren omdat ze de essentie van het leven heel nabij brengen. Ze gaan over moed en opoffering. Maar ook over de duistere kanten van de mens. Over de dood uiteraard en over diep gevoelde ellende, pijn, angst, onmacht en vernedering. Over verraad, leugens en lafheid. Verhalen over de oorlog, elke oorlog, zijn nooit zomaar verhalen, ze staan niet op zichzelf. De verhalen staan ook op de lijn van de geschiedenis. De tijdslijn waarop schaduwen vallen van nieuwe gruwelijke verhalen over massamoord. De verhalen vormen en scherpen onze moraal. Wat goed en kwaad is, weten we onder meer door de geschiedenis, maar weten we nog beter door de persoonlijke verhalen die ons zijn verteld.

Want oorlog is niet iets van vroeger, maar helaas nog steeds van nu. Dat blijkt wel uit de vele vluchtelingen die in Nederland worden opgevangen. Omdat zij door oorlog en geweld niet meer in hun eigen land konden leven. Hier zijn ze welkom.

De doden, onze gevallenen, de mensen die voor ons het grootste offer hebben gebracht dat ze konden geven, kunnen we vanavond niet beter herdenken dan door hun leven en hun sterven te verbinden met ons dagelijks bestaan en ons dagelijks handelen. We moeten hen tot leidraad maken voor ons, vandaag: voor tolerantie, voor menslievendheid.

De Nederlandse schrijfster Désanne van Brederode schreef: ‘Ik droom van een land waarin mensen niet meer luidkeels roepen dat niemand meer geloofwaardig is. Ik droom van een land waarin mensen willen proberen zélf geloofwaardig te worden en erkennen elkaar daarbij hard nodig te hebben. Dankbaar met iedereen die ons helpt ons betere ik te worden.’ ‘Ik ben er – voor een ander. Door hem besta ik pas.’ Dat is de kern van een vrije samenleving.
Op 4 mei herdenken we in ons land de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesmissies van latere tijd. Ieder van ons met zijn eigen gedachten en vragen. Wat is Goed? Wat is Kwaad? Wat zou ik gedaan hebben als het oorlog was. Wat is voor mij de verbinding tussen deze herdenking en mijn leven nu? Hoe kan ik bijdragen aan een tolerante en menslievende samenleving voor iedereen?<\

Wie de verhalen van de Holocaust en de oorlog met zich meedraagt, begrijpt beter wat hij ten tijde van vrede moet doen. Wie herdenkt, weet hoe goede zaken slecht kunnen aflopen. ‘Kom vanavond met verhalen’, want zonder gedeelde geschiedenis is er geen gedeelde toekomst.

Vier Stolpersteinen voor de familie Frank in Amsterdam